HOME  |  Wonen & Leven  |  Nieuws  |  Besluit minister: betere bescherming met stevige dijk voor Thorn - Wessem

Besluit minister: betere bescherming met stevige dijk voor Thorn - Wessem

Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat heeft een besluit genomen over de systeemmaatregel in Thorn en Wessem. Daarmee komt er duidelijkheid in het gebied. Het gebied wordt veiliger. Er komt een nieuwe stevige dijk ter plaatse van de huidige dijk. De nieuwe dijk voldoet aan de wettelijke norm voor hoogwaterveiligheid.

Ook heeft de minister besloten dat de huidige status rivierbed achter de dijken vervalt zodra de dijk wordt versterkt. Dit betekent dat mensen achter de dijk allemaal evenveel aanspraak kunnen maken op de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. Het gebied dient als waterbergend gebied en tussen Thorn en Wessem ontstaat ruimte voor kleinschalige ontwikkelingen. Door de huidige kering te versterken hoeven er geen ‘nieuwe‘ dijken aangelegd te worden rondom Thorn en Wessem en daarmee wordt het landschap rond de kernen Thorn en Wessem niet aangetast.

Waterbergingsgebied

Naast het versterken van de dijken in Thorn en Wessem onderzocht het waterschap in opdracht van het Rijk de inrichting van een waterbergingsgebied. Dit noemen we een systeemmaatregel. Experts hebben een advies gegeven over de rivierkundige situatie in Thorn Wessem. Dit advies bevestigde het belang van het gebied tussen Thorn en Wessem voor de Maas bij hoogwater. Daarnaast bracht het ook een nieuw inzicht, namelijk dat het gebied belangrijk is bij specifieke extreme piekafvoeren. We hebben het dan over zeer uitzonderlijke hoogwaters met afvoeren hoger dan 4.000 m3/s. Ter vergelijking: het hoogwater in 1995 had een piekafvoer van ca. 3.000 m3/s. De dijk wordt zo gebouwd dat alleen in het uitzonderlijke geval van die specifieke extreme piekafvoeren, water over de dijk kan stromen.

Vanwege de waterbergende functie wordt overgestapt van een individuele vergunningplicht naar een begrensde langjarige gebiedsontwikkelruimte voor het gebied tussen Thorn en Wessem. Rijk en regio werken voor 1 januari 2021 kaders hiervoor verder uit. Dit is gunstig voor de leefbaarheid en ontwikkelingen in het gebied.

Duidelijkheid

"Het besluit is goed nieuws. Er komt duidelijkheid voor de mensen in het gebied: zij krijgen dezelfde wettelijke hoogwaterveiligheid als op andere plekken waar we nu de dijk aan het versterken zijn in Limburg. De beperkingen van status rivierbed vervallen én het Maassysteem gaat beter werken bij hoogwater", zegt Jos Teeuwen, portefeuillehouder hoogwaterbescherming en waterkeringen, Waterschap Limburg.

Wat gaat er nog meer gebeuren?

Naast het besluit van de minister hebben Rijk en regio eind mei ook een voorkeur uitgesproken voor het tracé en het type kering voor de rest van het dijktraject, waaronder de kering ter plekke van de Maasboulevard in Wessem. In goed overleg met de gemeente heeft het waterschap hier plannen voor een kerende muur met een verhoogd maaiveld en een verbetering  van de openbare ruimte. 

“Ik vond het belangrijk om dit traject samen met onze inwoners te doorlopen. Onze inwoners voelden zich enorm betrokken. Dat loont. Natuurlijk is het een illusie te denken dat je met een besluit iedereen tevreden kunt stellen. In de gesprekken stapelden de argumenten, de alternatieve ideeën en de emoties van onze inwoners zich soms op. Toch ben ik van mening dat dit een oplossing is waarvoor het meeste draagvlak was. Daarmee wordt dit besluit ook een verdienste van onze inwoners", aldus Johan Lalieu, wethouder in de gemeente Maasgouw.

Ter inzage

Met de bestuurlijke voorkeur van Rijk en regio gaat het waterschap het zogenoemde voorkeursalternatief uitwerken. In deze nota worden de maatregelen in hoofdlijnen beschreven, denk aan het tracé en het type kering. Ook worden de gevolgen voor het milieu van de verschillende alternatieven met elkaar vergeleken en beschreven in de milieueffectrapportage (MER). Beide stukken kunnen naar verwachting na de zomer in ontwerp ter inzage worden gelegd. Belanghebbenden kunnen dan in een periode van 6 weken formeel een zienswijze indienen.